Blusschuim: soorten, werking en toepassingsgebieden

Blusschuim kan voor meerdere doeleinden worden ingezet. Repressief: voor het bestrijden en onder controle brengen van (grote) branden. En preventief: voor het afdekken van brandbare (vloei)stoffen.

De werking van blusschuim berust op één of meerdere van de volgende principes:

  • Afkoelen. De temperatuur van de brandbare stof wordt bij inzet van bijv. zwaarschuim door het grote wateraandeel in het schuim sterk verlaagd.
  • Afdekken. De gesloten schuimlaag stopt verdere uitdamping van brandbaar materiaal.
  • Isoleren. Door het geringe warmtegeleidend vermogen van het schuim zullen door schuim bedekte materialen niet door hitte worden (her)ontstoken.
  • Verdringen. Door het vullen van ruimten, riolen en delen van installaties met middel- of lichtschuim wordt – voor de verbranding noodzakelijk – zuurstof en brandbaar gas verdrongen.

Typen blusschuim

Blusschuim is een mengsel van water, schuimvormend middel (svm) en omgevingslucht. Blusschuim wordt verkregen door water en svm in een schuimmenger te mengen (de z.g. premix) en dit in een schuimmaker door toevoeging van lucht of gas te laten expanderen. De mengverhouding van het svm kan variëren (afh. van het type svm) van 0,5% tot 6%.  De hoeveelheid schuim die wordt verkregen door de premix te laten expanderen wordt ook wel expansievoud genoemd. We onderscheiden hierin 3 typen blusschuim, afhankelijk van de expansievoud:

  • Zwaarschuim: expansievoud tot 20. Toegepast om grote afstanden bij o.a. tankbranden en vliegtuigbranden te kunnen overbruggen.
  • Middelschuim: expansievoud 20 – 200. Gebruikt om ruimten als o.a. riolen, tunnelschachten, pompputten en afvalbunkers te vullen.
  • Lichtschuim: expansievoud > 200. Toegepast als grote afgesloten ruimten zoals vliegtuighangars, PGS 15 ruimten en opslaghallen snel moeten worden gevuld.

Blusschuim

Toepassingsgebieden

Schuimconcentraten zijn leverbaar voor het blussen of afdekken van apolaire stoffen, zoals koolwaterstoffen en/of polaire stoffen, zoals alcoholen.

De cijfers die bij het type svm staan vermeld geven het bijmengpercentage aan; bijv. AFFF 3% betekent dat er met 3% moet worden bijgemengd. Een alcoholbestendig schuim kan vaak worden toegepast op zowel apolaire als polaire stoffen en kan worden aangeduid als bijv. AFFF-AR 1/3 hetgeen inhoudt dat het svm bij inzet op apolaire stoffen op 1% moet worden bijgemengd en op polaire stoffen op 3% moet worden bijgemengd.

De kwaliteit van een svm wordt volgens de EN 1568 (Europese norm) aangeduid door middel van een behaalde rating: een cijfer en een letter. Een 1+A rating is de hoogst haalbare rating welke een svm kan behalen, waardoor dit svm niet alleen snel een brand onder controle kan krijgen maar ook door een snelle blussing er voor zorgt dat er minder schadelijke stoffen in het milieu vrijkomen.

Als een svm kan worden toegepast met zowel zoet- als zeewater dan wordt dit op het label van de verpakking of op het datablad vermeld door een dubbele rating aan te geven, bijv. 1A/1B, waarbij in dit voorbeeld rating 1A is behaald bij toepassing met zoet water en rating 1B is behaald bij toepassing met zout water.

Naast de rating is bij het bestrijden van grote vloeistofbranden ook de application rate van het blusschuim van belang. Dit is de minimale hoeveelheid water/svm premix, die per liter/m2/minuten op een vloeistofbrand moet worden opgebracht om een brand effectief te kunnen bestrijden.

Deze aanbevolen minimum application rates worden vermeld in de NFPA 11 (Amerikaanse richtlijn voor de toepassing van blusschuim).

Geschreven door Jerry Krijn
Product specialist dr. sthamer